In de laatste jaren wordt in steeds toenemende mate kritiek geleverd op de kwaliteit van ons rechtssysteem, waarbij met name deze kritiek zich voornamelijk toespitst op de werkwijze van het Openbaar Ministerie. Deze tak van dienst valt onder het ministerie van justitie en geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van politie en vervolgt de verdachten. Als zodanig spitste de kritiek zich toe op geruchtmakende zaken, zoals de Zaanse Paskamermoord, de Puttense moordzaak, de Schiedamse Parkmoord, de Enschedese vuurwerkramp, de zaak majoor O, de zaak Ine Post, de zaak Dick van Leeuwerden ,om enkele voorbeelden te noemen. Aangezien ik geen jurist ben, laat staan inzage heb gehad in de betreffende dossiers kan en mag ik mij hieromtrent geen oordeel aanmatigen. Wel meen ik uit de verrassende afloop van de hierboven genoemde zaken te mogen vaststellen dat de criticasters in deze zaken het gelijk aan hun zijde hadden en bijgevolg aan ons rechtssysteem het nodige mankeert.
Mijns inziens vindt een en ander zijn oorzaak in het feit dat ons rechtssysteem zich in wezen heeft ontwikkeld tot een staat in de staat en als zodanig een bolwerk vormt waarin tal van figuren, nadat men zich een positie heeft weten te bemachtigen, een ongeremde geldingsdrang uitoefenen, waarbij men zich blijkbaar tegenover niemand behoeft te verontschuldigen of te verantwoorden, hetgeen er toe geleid heeft dat het respect voor en het kwaliteitsaspect van deze organisatie onder druk is komen te staan.
Aangezien in dit verband doorgaans alleen grote affaires en zaken in de publiciteit worden gebracht , waarbij door toedoen van justitie groot onrecht en ontzaglijk leed aan zogenaamde verdachten wordt toegebracht, waarbij zelfs hele carrières straffeloos worden verwoest, blijven kleine zaken waarin politie justitie een minder frisse rol spelen doorgaans onbelicht.
Zo is ook ondergetekende de laatste jaren een aantal malen met justitie in aanraking geweest.
Aangezien het hierbij zaken betreft waarvan het sop de kool niet waard is, heeft dit soort zaken voor het O.M. toch een hoge prioriteit. Immers het vervolgen van het establishment gaat deze bedrijfstak beter af dan het vervolgen van het canaille, omdat de doorsnee burger doorgaans zonder enig verzet snel de portemonnee trekt om van het gezeur af te zijn, met als gevolg dat deze bedrijfstak, zonder noemenswaardige inspanning een interessante bron van inkomsten levert voor onze Rijksoverheid.
Gaat men daarentegen in beroep tegen een ten onrechte opgelegde sanctie, dan kost het de gedaagde onevenredig veel tijd en kosten om zijn gelijk te halen, dat het doorgaans verstandiger lijkt maar meteen te betalen, met als gevolg dat deze vorm van legale diefstal onze samenleving blijft beheersen.
Zo is het justitiële apparaat in de loop van de jaren verworden tot een beerput en een bedreiging voor de samenleving, zonder dat de politiek de bereidheid vertoont deze categorie ambtenaren in het gareel te brengen.
De verklaring voor dit falende beleid vindt wellicht zijn oorzaak in het feit dat men, indien men wel tot passende maatregelen zou zijn overgaan, meteen de kip, die de gouden eieren produceert zou hebben geslacht, hetgeen natuurlijk geen lucratieve bezigheid is. En zegt u zelf, dit kan toch niet de bedoeling zijn ?
Duidelijk is wel, dat ons politieke systeem aan elkaar hangt van handjeklap en nepotisme, met als gevolg dat heel veel onder het tapijt wordt geveegd. De parlementaire enquête inzake de bouwfraude is hiervan een sprekend voorbeeld. Bijna dagelijks worden wij geconfronteerd met onoorbare uitwassen van de overheid, waarbij ons justitiële apparaat wel de kroon spant.
Heeft men wel de euvele moed om hiertegen in het geweer te komen, dan levert het, naast veel tijd en kosten, weliswaar geen succes op, maar leidt dit wel, indien men zich althans niet laat overrulen , tot verbazingwekkende en hilarische situaties.