Brief op uitblijven reactie dd 18.05.06

Rechtbank ’s Gravenhage
Postbus 20302,
2500EH Den Haag
t.a.v secretariaat Klachtenbureau President Wilhelminaoord, 18 mei 2006

Tot op heden ontving ondergetekende nog geen reactie op zijn klacht door hem ingediend per aangetekend schrijven d.d. 7 maart 2006 jegens mevrouw Mr. M.G.L. den Os-Brand inzake haar beschuldiging in een aan u geschreven brief, door u in uw brief d.d. 12 januari 2006 ter kennis gebracht aan ondergetekende, als zou hij haar onjuist hebben geïnformeerd teneinde voor een hogere vergoeding in aanmerking te komen voor de reiskosten die ondergetekende heeft moeten maken om de kantonrechter te overtuigen van de onrechtmatigheid van de hem opgelegde sanctie voor een hem ten laste gelegde parkeerovertreding.
Zoals ondergetekende in zijn brief van 7 maart te uwer kennis bracht meent hij van een kantonrechter onkreukbaarheid en integriteit te mogen verwachten, waarbij hij tevens aantekent dat het blijkbaar licht ontvlambare karakter van mevrouw, zoals zij dit blijkens de zitting van 29 oktober 2004 ten toon spreidde en haar leugenachtige verklaring om achteraf haar gelijk te halen mij hoogst ongepast voorkomen voor een dame van haar postuur.

Dit is dan ook de reden dat ondergetekende andermaal deze affaire onder uw aandacht brengt met verwijzing naar het eerder gedane verzoek zoals omschreven in zijn brief van 7 maart jl.
Mocht u termen aanwezig achten om bovenstaande klacht niet in behandeling te kunnen of willen nemen, dan verzoekt ondergetekende u hem met redenen omkleedt hiervan kond te doen.

Teneinde niet de schijn te wekken dat deze affaire onder het tapijt geveegd wordt, zult u het ondergetekende dan ook niet euvel duiden dat hij alsnog op zo kort mogelijke termijn van u een inhoudelijke reactie verwacht

Hoogachtend,

w.g. J.C. de Wilde

Reageer